Adviezen bij aanschaf

U komt bij ons met uw wensen en wij zorgen dat u het systeem krijgt dat u graag wilt.
Om het u wat makkelijker te maken hebben we hieronder het een en ander uiteen gezet
stacks_image_E88B6AEE-4CA0-47D4-9727-6E16D7E65655

Hardware jargon van a tot z

Een korte uitleg van alle moeilijk klinkende termen.

AGP= De Accelerated Graphics Port. Dit is het uitbreidingsslot waarop de vorige generatie videokaarten op kan worden aangesloten.

ATA= Een aansluitingsmogelijkheid voor harde schijven, cd-drives, DVD-drives etc. In deze categorie vallen ook SATA (de seriële vorm), UATA (ultra-ATA) en PATA (Paralel-ATA).

ATX= Een van de meest gebruikelijke standaard moederbord formaten.

Bandbreedte= De hoeveelheid data die over een verbinding kan worden gestuurd. Uitgedrukt in KB/s (kilobyte per seconde) of MB/s (megabyte per seconde)

BIOS= Programma dat op een stukje flashgeheugen op je moederbord zit. Dit programma bepaalt de meest basale functies van je pc. Dat zijn o.a. vanwaar start de pc op, welke hardware is er geïnstalleerd, etc

BIOS batterij= een kleine batterij op je moederbord die het flashgeheugen van de BIOS van stroom voorziet.

Bits= de bekende enen en nullen. Een chip bestaat uit schakelingen die allemaal een 1 of een 0 kunnen zijn. Alle digitaal opgeslagen informatie bestaat uit bits.

Bytes= Een groepje bits (bij moderne pc's 32 of 64 bits) dit is het kleinste aantal bits dat kan worden gelezen als een teken, pixel etc.

Blue-ray= De opvolger van de dvd. De schijfjes hebben hetzelfde formaat (fysiek) maar hebben een opslagcapaciteit vanaf de 5 GB.

Blue screen of death= Veelgebruikte term voor een foutmelding waarbij het scherm blauw word en de pc opnieuw opstart. Veelal het gevolg van een onstabiel systeem en/of verkeerd gebruik van hardware.

CD= Compact disk, een schijfje met een opslagcapaciteit van 700 MB

Chipset= de chips op het moederbord die het kruispunt van informatie in je systeem vormen. Een chipset bestaat uit twee chips, te weten de north en de south bridge.

CPU= andere naam voor processor

Data= Algemene term voor opgeslagen bestanden.

Datadichtheid= De ruimte in bytes per vierkante cm op een opslagmedium.

Desktop= bureaublad, dit valt onder software.

Desktop pc= Een pc voor op of onder je bureau. Het tegenovergestelde van een laptop.

DOS= Het oude besturingssysteem van microsoft waar windows overheen draaide.

Drive= afleesbaar medium. In deze categorie valt alles wat je aansluit op je pc en waar je iets op kan opslaan. Dit zijn o.a. harde schijven, flashdisks, geheugenkaartjes en floppy's.

Disk= alle media die in een drive worden gestopt zoals CD, DVD of floppy.

DVD= digital versitate disk. De opvolger van de cd. De gewone DVD's hebben een opslagcapaciteit van 4.7 GB, wat bijna 7 keer zo veel is als een cd.

Fan= Engels voor ventilator, in deze context middel om je pc koel te houden.

Firewire= Een aansluiting voor externe apparaten. Minder gebruikelijk dan USB maar heeft vaak een hogere bandbreedte.

Floppy= Een magnetisch opslagmedium dat door zijn geringe capaciteit niet meer gebruikt word.

FSB= Front side bus, dit is de verbinding tussen je processor en je northbridge. Hoe hoger de bandbreedte en frequentie van de FSB, hoe sneller je pc.

Frequentie= het aantal 'tikken' per seconde. In de meeste chips veranderen alle schakelingen tegelijk van stand en veranderen daardoor dingen. Het aantal keren dat dat per seconde gebeurt is de frequentie of kloksnelheid in herz.

Geheugen= het intern geheugen van een pc is het korte termijngeheugen. Alles wat je doet in programma's word in het geheugen gezet voordat het word opgeslagen op de harde schijf.

GPU= Benaming voor de chip die het beeld regelt. Bij onboard videokaarten zit die op je moederbord en bij insteekkaarten op de kaart.

Hardware= Alle apparaten die te maken hebben met je pc. Soms worden alleen componenten binnen een pc hardware genoemd.

Harde schijf= Een magnetisch medium dat in de meeste pc's de permanente opslag vormt.

Heatsink= Stukje metaal om het oppervlak dat warmte kan afgeven te vergroten.

IDE= Andere benaming voor PATA.
Insteekkaart=Platte printplaten die in uitbreidingssloten kunnen worden geplaatst.

Internet= Een wereldwijd netwerk van computers. (het world wide web)

Internet explorer= het meest gebruikte programma om het Internet te verkennen. Firefox is beter omdat die de wereldwijde webstandaard aanhoudt.

Jumper= een klein dingetje die twee contacten moet verbinden en daarmee een apparaat aangeeft in welke modus hij moet draaien.

Kast= de kast of behuizing van een pc is eigenlijk gewoon een doos in een bepaalt formaat met schroefgaten om alle onderdelen vast te zetten.

Latency= De tijd tussen het moment dat een stuk data word aangevraagd en dat het daadwerkelijk beschikbaar is. Dit is bij b.v. geheugen erg belangrijk.

Mac-OS= Besturingsysteem van Macintosh.

Malware= Slechte software (valt niet onder hardware)
Moederbord=De grootste printplaat van je pc waar alles op word aangesloten.

Netwerk= meerdere pc's of servers die communiceren en data uit kunnen wisselen.

Northbride= Een van de twee belangrijke chips op het moederbord die alles met elkaar verbinden

OS= Afkorting voor operation system, besturingssysteem. Het programma waarmee je je pc instructies kan geven. Valt eigenlijk onder software.

PCI=Oudere maar veelgebruikte manier om insteekkaarten in je pc te steken.

PCI-Express= Nieuwere vorm van PCI. De 16X variant word veel gebruikt voor videokaarten.

Pixel= Een puntje op het scherm. B.v. resolutie word gegeven in pixels.

Platter= Een van de magnetische schijven van je harde schijf. Schijven met een hoge capaciteit hebben vaak meer platters. Omdat meer platters zorgt voor meer energieverbruik en dus meer warmte is een kleiner aantal platters meestal voordeliger.

Poort= De plek waar je een snoertje insteekt.

Printplaat= een plaat waarop elektronische schakelingen en chips zijn aangebracht.

Processor= De chip die het meeste rekenwerk doet in je pc.

PSU= Een afkorting voor voeding. (power supply unit)

RAID= Het koppelen van meerdere harde schijven om hogere prestaties en/of veiligere opslag te krijgen.

Router= Een apparaat dat ervoor zorgt dat het signaal van de kabel bij jou pc komt

SCSI= Een interface voor allerlei drives, vergelijkbaar met IDE. Het voordeel was meer apparaten op een kabel en het nadeel de hogere prijs. Vooral gebruikt in servers.

SD-kaart= De meest gebruikte lijn geheugenkaartjes.

Server= Een computer die als doel heeft om bestanden beschikbaar te maken voor veel gebruikers (b.v. het hele internet).

Shader= Een stukje programmering die ervoor zorgt dat de beelden snel berekend worden.

Transistor= In een pc worden hier vaak de schakelingen in een chip mee bedoeld. Het komt er ruwweg op neer dat een chip berekeningen kan uitvoeren of informatie kan opslaan door een heleboel schaklingen open of dicht te doen en zo enen en nullen te vormen.

UATA= Zie ATA

Videokaart= Dit is of een insteekkaart met daarop videogeheugen en een gpu ofwel een chip op het moederbord (onboard videokaart). Meer bij de opbouw van een pc.

Voeding= Het onderdeel van je pc die de netwerkstroom omzet naar stroomsterktes en voltages waar je pc onderdelen wat aan hebben. Meer bij de opbouw van een pc.
Voltmodden= Het verhogen van het voltage van je hardware zodat ze sneller kan draaien. Dit valt onder overclocken.


green3design.nl